Bijna wekelijks ga ik bij hem op bezoek. De ontvangst is immer hartelijk. Er is koffie, er zijn koekjes. Als ik wil mag ik blijven eten.
Hij heeft altijd veel te vertellen. Over onrechtvaardige besluiten, niet nagekomen afspraken, leugenachtige politici, geldbeluste advocaten en incompetente ambtenaren. Over zijn financiële beslommeringen en slapeloze nachten. De spanningen op zijn werk. Positieve gebeurtenissen komen zelden ter sprake. Wat niet wil zeggen dat er niet gelachen wordt.
Ik heb met hem te doen. Zijn belevingswereld is gekrompen tot een akelige kleine ruimte. Een soort gevangeniscel.
Veel van wat goed was in zijn leven heeft hij voor vanzelfsprekend genomen en daarmee verwaarloosd. Hij is, zonder het zelf te beseffen, ver verwijderd geraakt van zijn vrouw, dochters en vrienden.
Soms stel ik hem een vraag.
‘Wat is volgens jou werkelijk van waarde? Hoeveel oog heb jij voor jouw dierbaren? Waar heb je in het leven als mens recht op? Hoever ga je om je gelijk te krijgen? Wat kun je verwachten van je medemens? Waarom komt dit op jouw pad?’
Zijn antwoorden zijn kort en rationeel, losgekoppeld van zichzelf. Er verschijnt geen barstje, laat staan een opening in de muur.
Wanneer ik informeer naar zijn emoties of naar zijn geschiedenis, reageert hij afhoudend en ongemakkelijk. Nooit heeft hij geleerd over zichzelf na te denken en te praten. In zijn gevoelsleven waren ze thuis en op school niet geïnteresseerd. Hij is een man van ideeën, idealen en overtuigingen. Van zijn eigen gevoelsleven – en daarmee van de belevingswereld van anderen – begrijpt hij weinig. Het zorgt voor veel misverstanden en conflicten.
In onze gesprekken pletten hij en ik de werkelijkheid. We hakken haar in stukken, ontwortelen haar, ontdoen haar van haar wonderbaarlijk wezen. We maken ons rationele voorstellingen van gebeurtenissen, van mensen, van onszelf. We oordelen, leggen talloze verbanden, kennen aan Jan en alleman verantwoordelijkheden en keuzevrijheden toe, bepalen wat mogelijk en onmogelijk is, wat wel en niet zou moeten zijn.
Soms verwonder ik me dát hij is, dát ik ben, dat is wat is.
Soms vallen alle kaders en zekerheden weg, is er geen enkel houvast, is hij een peilloos diep mysterie.
Soms ervaar ik mededogen en liefde voor hem, liefde en mededogen die ik nimmer voor mezelf, enkel voor een ander wezen voelen kan.
Karel Jan Schoutens
Dit verhaal is eerder verschenen in de eerste editie (2025) van Voegwerk. Verhalen over begeleiding, zingeving en ethiek. Een uitgave van Geestelijke Verzorging Aardbevingsgebied Groningen.